De schaduw en het licht

Anne loopt op haar tenen naar de deur. Als haar moeder erachter komt dat ze er stiekem vandoor wilt gaan heeft ze een probleem. Haar moeder wil niet dat ze er zo vroeg op uit trekt. Het is dan te gevaarlijk bij de rivier. Kwade geesten dwalen dan nog rond zegt ze altijd. De geesten die in het donker tevoorschijn komen, zijn niet met het eerste ochtendlicht verdwenen. Ze proberen hun tijd hier op aarde zo lang mogelijk te rekken en vertrekken pas weer als de zon hoog aan de hemel staat en op zijn sterkst is. Over het algemeen luistert Anne zo goed mogelijk naar haar moeder, maar het is een verschrikkelijk hete zomer. De dagen duren lang en de nachten zijn heet. Anne kan zicht niet herinneren dat ze ooit zo’n hete zomer heeft meegemaakt. De warmte in de hut is ondraaglijk. Anne slaapt er slecht door. Dit alles bij elkaar zorgt ervoor dat ze samen met haar vriendin Liese heeft afgesproken om toch naar de rivier te gaan. Als ze buiten is loopt ze eerst nog een stukje bij de hut vandaan voordat ze haar slippers aan trekt. Dan rent ze er als een speer vandoor richting de rivier. Anne en Liese hebben samen een verstopplek waar ze hebben afgesproken om op elkaar te wachten. Liese is er nog niet en dus wacht Anne daar op haar. Een klein beetje nerveus is ze wel. De woorden van haar moeder dwalen rond in haar gedachten. Dat het vroege ochtendlicht schaduwen werpt bij de struiken dicht langs de rivier en de rivier donkerder kleurt dan hij is, doet er niet veel goed aan. Liese blijft lang weg. Misschien is ze door haar moeder betrapt, misschien is ze nog onderweg. Anne besluit nog even te wachten en dan terug te gaan naar huis. Het is de straf van haar moeder niet waard om nog langer te wachten. Verlangend kijkt ze naar het water dat er erg aantrekkelijk uit begint te zien naarmate het lichter wordt. Ze had dolgraag een duik willen nemen, maar ze durfde niet alleen. Zij en Liese zouden samen gaan. Anne keek nog eens naar de zon. Ze moest hier al zeker een half uur zitten te wachten. Liese was er nog steeds niet. Ze keek nog eens goed rond en stond toen op uit haar schuilplaats. Er waren geen geesten te zien geweest. Ze lachte om haar moeders onnozelheid. Ze wilde net op weg gaan naar huis toen ze een tak hoorde breken. Ze schrok en keek snel naar de rand van het bos. Het was daar nog donkerder dan waar Anne had gezeten en ze kon slechts een schaduw ontdekken. Ze bedacht zich geen moment en gleed terug haar schuilplaats in. Haar moeders waarschuwende woorden schoten weer door haar hoofd. Geschrokken keek ze rond. Ze keek naar het pad waar ze langs moest om naar huis te kunnen. Het loopt voor een gedeelte vlak langs de rand van het bos. Op het punt waar het pad naar het dorp afbuigt ziet ze iets waar ze nog harder van schrikt als van de schaduw aan de rand van het bos. Liese. Anne hoort alle alarmbellen in haar hoofd af gaan. Verschrikt kijkt ze van Liese naar de schaduw en weer terug. Een vreemde wind steekt op en het word donkerder. Liese lijkt het niet te merken. Ze loopt vrolijk door. Anne kan haar horen zingen in de wind. Ze kan zelfs zien dat ze lacht tijdens het zingen. Al Anne ‘s zintuigen staan op scherp. Weer kijkt ze naar de rand van het bos waar de schaduw is, maar ze kan hem niet meteen ontdekken. Ze kijkt en zoekt. Dan kijkt ze weer naar Liese en heeft ook meteen de schaduw gevonden. Hij is vlak bij haar. Hij loert naar haar en wacht tot ze dichterbij komt. Anne staat weer op. De schaduw lijkt haar plotselinge beweging te hebben gezien, want ze voelt dat hij naar haar kijkt. Ze voelt een ijzige donkere blik over haar heen gaan, maar de schaduw kijkt dan weer naar Liese. Anne is voor hem te ver weg. Ze voelt het in haar hele lichaam. De schaduw wil Liese. Anne rent een klein stukje richting Liese. Ze roept haar vriendin en maakt bewegingen met haar armen dat ze weg moet gaan. Liese kijkt op naar Anne en begint te lachen. Ze zwaait en lijkt niet te begrijpen dat Anne niet wilt dat ze verder gaat. De schaduw is ook in Lieses richting gegleden. Het wacht op haar waar het bos begint. Liese is bijna bij de schaduw. Anne begint weer te rennen. Ze schreeuwt naar Liese, “ga weg, vlucht,” maar Liese lacht alleen maar. Ze loopt verder, dichter richting de schaduw. Het begint te regenen. Hoe kan het regenen op dit moment? Hoe kan de wind zo koud zijn? Anne rent verder en blijft schreeuwen naar Liese dat ze moet vluchten, maar Liese hoort haar niet. Anne valt en komt met een harde smak op de grond terecht. Huilend kijkt ze op naar haar vriendin. Liese stopt met lopen en lijkt geschrokken te zijn van Anne ’s val. ‘Vlucht Liese, vlucht.’ Anne had het willen schreeuwen, maar het was slechts een gefluister wat ze voortbracht. ‘Wat?’ schreeuwt Liese naar haar. Anne ziet de schaduw achter Liese verschijnen. Hij heeft haar bijna te pakken. Anne raakt in paniek en krabbelt snel overeind. Ze wil weer rennen, maar haar benen werken niet mee. Hevige pijnscheuten schieten in haar knieën en ze kan slechts een paar kleine stapjes zetten. Ze is nog te ver weg. De schaduw wordt groter naarmate hij dichter bij Liese komt. Liese staat in een helder licht. Het lijkt of de zon alleen op haar zijn stralen schijnt. Tranen wellen op in Anne ’s ogen. Achter Liese is alles donker. Zelfs als ze nu om zou draaien, zou ze door de schaduw verslonden worden. Tranen stromen nu over haar wangen. ‘Vlucht.’ Roept ze zo hard ze kan. Ze legt al haar angsten en emoties in dat ene woord. Liese lijkt haar gehoord te hebben. Ze kijkt Anne verwart en vragend aan. Dan voelt ze dat de schaduw achter haar is en ze draait zich langzaam om. Ze staat verstijfd een moment lang te kijken. Dan heel langzaam draait ze zich nog om naar Anne. Ze glimlacht en tranen stromen over haar wangen. Liese beseft heel goed wat er staat te gebeuren. Ze weet dat dit het einde is. Ze lijkt nog iets tegen Anne te zeggen voordat ze verslonden word door de schaduw. Alles is nu donker waar Liese stond. Anne kan niet anders dan blijven kijken. Langzaam word de schaduw weer kleiner, totdat het weer zijn eerste vorm heeft. Het kijkt weer naar Anne. Ze voelt weer zijn ijzige donkere blik op haar rusten. Dan verlaat hij de rand van het bos. Hij komt langzaam dichterbij. Anne struikelt naar achteren. De schaduw heeft nog niet genoeg gehad. Hij wil haar ook. Is dit een van de geesten waarvoor haar moeder haar gewaarschuwd heeft? Waarom heeft ze niet naar haar moeder geluisterd? Waarom is ze niet in de hut gebleven? Ze kijkt om zich heen. Boven het water schijnt een helder licht. Het lijkt haar te roepen. Het lijkt vanuit de diepte van de rivier te komen. Ze kijkt nog eens rond. Aan de ene kant is het donker en komt de schaduw op haar af, aan de andere kant is de rivier die een helder licht schijnt. Ze rent richting het water. Ze is niet van plan haar leven aan de schaduw te geven. Ze heeft geen idee wat er gebeurd als ze in de rivier springt, maar ze kan alleen maar hopen dat het beter is dan wat de schaduw voor haar in petto heeft. Angstig kijkt ze achterom. Naarmate ze dichter bij het water komt lijkt de schaduw sneller te gaan. Hij wil haar niet laten gaan. Hij wil haar hebben. Anne rent zo snel haar gekneusde knieën het toelaten. Ze voelt dat de schaduw vlak achter haar zit. Ze is er bijna. Ze neemt een duik en ze voelt nog net dat de schaduw naar haar enkels grijpt voordat het water haar omsluit. Ze zwemt naar het licht in het midden van de rivier. Een ijzige schreeuw komt van de oever. Ze kijkt naar de schaduw en ziet dat hij woest is. Boven het land waar hij hangt is het zo zwart als de nacht terwijl de dag al lang begonnen is. Dan trekt de schaduw zich terug. Langzaam word het lichter en begint de zon weer te schijnen. Anne voelt de warme stralen op haar gezicht. Nog even later lijkt het alsof alles maar een boze droom is geweest. Alsof de schaduw nooit hier geweest is en Liese heeft meegenomen. Een hert met haar jong komt uit het bos gelopen op de plaats waar de schaduw verdwenen is. Ze lopen snel naar het water om wat te drinken. Ze staan heel dichtbij. Anne kijkt er verwonderd naar en begint te huilen. Dan schrikt het hert en kijkt met haar grote bruine ogen Anne recht aan. Een moment lang staren ze in elkaars ogen en Anne voelt een rust over zich heen komen. Ze knippert met haar ogen om de tranen weg te krijgen en als ze weer opkijkt, is het hert met haar jong verdwenen. Er zit niets anders meer op dan naar huis te gaan en te vertellen wat er gebeurd is. Ze begint naar de kant te zwemmen, maar vlak voordat ze uit het water kan klimmen is er iets wat haar grijpt. Ze wordt aan haar enkels naar beneden getrokken. Ze probeert los te komen en zwemt weer naar boven, maar wat het ook is dat haar vast heeft, het is te sterk. Anne verdwijnt in de diepte. Ze houdt haar adem zo lang mogelijk in, maar het duurt te lang. Haar longen willen zich met zuurstof vullen en automatisch opent ze haar mond om te ademen. Ze voelt hoe het water haar mond binnen komt en ze doet een laatste poging om naar de oppervlakte te zwemmen. Ze komt met een hand nog boven het water uit, maar dan word ze zo krachtig naar beneden getrokken dat ze niet anders meer kan. Ze geeft zich over. Ze sluit haar ogen en wacht tot de dood haar komt halen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s