Parallel

Ik hoor alles. Ik zie alles. Ik ruik alles. Ik voel alles. Ik kan zelfs alles proeven. Ik ben er wel en toch ook weer niet. Het is moeilijk te begrijpen, maar toch is het zo. Ik leef in dezelfde wereld als jij maar toch ook weer niet. Jij en ik zijn dezelfde persoon, maar toch ook weer niet. We leven allebei op de planeet aarde, maar toch is de aarde bij jou anders dan bij mij. Onze levens zijn heel anders en toch ook heel erg met elkaar verbonden. Jouw aarde is bijvoorbeeld heel erg kaal, saai en grijs. Mijn aarde is vol met kleuren, vol met leven en zeker niet saai. Maar voor ik je alles over mijn aarde kan vertellen moet ik je eerst helpen. Ik moet je helpen om de oversteek te maken. De oversteek naar mijn wereld, mijn aarde, mijn leven. Voor je in mijn wereld kan komen moet je eerst sterven. Niet schrikken. Je sterft niet echt, maar toch ook weer wel. Je sterft in jouw wereld, maar leeft verder in mijn wereld. We zijn verbonden, jij en ik. Ik ben jou en jij bent mij. We horen samen te zijn, maar zijn het niet. Jij leeft in jouw wereld en ik leef in mijn wereld.
Laten we beginnen. Laten we beginnen met de oversteek. Stapje voor stapje neem ik je mee. Telkens een stukje verder. Dichter bij mij, bij mijn wereld, mijn aarde. Totdat je zover bent. Totdat je sterft en bij mij wakker word. In mijn wereld, mijn aarde. Totdat we elkaar aan kunnen raken, we samen kunnen praten, lachen en spelen. Totdat we elkaar kunnen ruiken, voelen en zien. Vooral dat laatste lijkt me heerlijk. Jouw kunnen zien, maar vooral dat jij mij kan zien. Ik weet dat je bestaat, maar jij weet niks van mij. Van mijn bestaan.
Het is zo donker bij jou. Zo donker. Ik hoop dat je het licht kan vinden als ik de kaars voor je aansteek, want ik zal een kaars voor je branden. Ik zal je helpen het licht te vinden. Ik zal zorgen dat mijn kaars het helderste licht zal branden, zodat je het niet kan missen. Het zal het meest sprankelendste zijn wat je ooit hebt gezien en daarna laat ik je mijn aarde zien, mijn wereld, mijn kleuren, mijn leven. Stap voor stap, zodat je langzaam aan kan wennen. Kan wennen aan je nieuwe leven. Je leven bij mij.
Je vraagt je af wie ik ben. Dat snap ik. Ik zou willen dat ik het kan vertellen, maar dat kan ik niet. Nog niet. Later. Veel later zal je het weten zonder dat ik het je hoef te vertellen. Je zal weten wie ik ben, maar misschien weet je het al zonder het echt te weten. Verwarrend he? Klopt. Maar je weet dat ik er ben. Je weet dat ik besta. Je weet alleen niet waar ik ben. Je kan me niet vinden. Je hebt het licht van mijn kaars nog niet gezien. En dat kan ook niet. Dat kan niet omdat ik hem nog niet heb aangestoken. Ik moet hem nog laten branden. Maar zelfs als ik dat heb gedaan, dan nog zal je het niet meteen zien. Dat kan ook niet. Je moet het zoeken. Je moet het zoeken, maar niet in je eigen wereld. Je moet het zoeken in mijn wereld. Ik steek de kaars nu aan en laat hem branden. Hij brand heel helder. Het helderste licht dat ik ooit heb gezien, maar niet voor jou. Jij staat nog steeds in het donker in jou kale, saaie, grijze wereld. Wees gerust. Het duurt niet lang meer. Nog even volhouden. Binnenkort zal je het zien. Als de kleinste ster aan de hemel. De kleinste ster die als je goed kijkt het helderste, sprankelendste licht schijnt. Die ster is het begin. In het begin heel klein, maar later niet meer weg te denken. Die ster ben ik. Ik zal voor je schijnen. Ik en mijn brandende kaars.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s